home  |  forum  |  contact  |  nieuwsbrief  |  sitemap

  
EnglishNederlandsDeutschFrançais
Home / Tips & Werkwijzers / Werkwijzers Sieraden / Roze ketting met sliertjes
Armband met Resinkralen | Hippe riem met strass | Houten kralenketting | Ketting met Ranger Inkt | Hippe zilveren broeksieraad | Knifty Knitter met nieuwe zomerkatoen | Sjaal met pailletten, stiftkralen en Tulip | Jolie Armband | Jolie ketting met bloemen | Kumihimo ketting | Workshops Sieraden | Speld Kettelen & Versieren | Rijgen op ornamenten | Ketting met schelpkralen en wikkelkralen | Vilten tasjes decoreren en versieren | Hanger van diverse kralen | Fimokralen maken mbv beadmakers | Kralen maken van Pretex en Aleene’s verf | Rijgen met Rocaillen | Armband met piramidekralen | Bonte ketting | Choker | Cirkelketting met Millefiori glaskralen en rocailles | Glamour horloge | Ketting met Makin's Clay | Ketting met tijgeroogkralen | Ketting met trosjestechniek | Ketting met veter | Kleurige ring | Oranje-groene ketting | Roze ketting met sliertjes | Schelpenketting met blauwe wikkelkralen | Schelpenketting met hartjes | Sieradendoos | Trendy horloge

Roze ketting met sliertjes

uit: Trend Creatief Herfst 2005 (HobbyHandig), door Gineke Root
Roze heeft op elke vrouw een grote aantrekkingkracht, en of je nu piepjong of al wat ouder bent: deze kleur staat altijd. De ketting en oorbellen die je hier ziet vallen op door hun vrolijke sliertjes en natuurlijk maak je er ook een broche bij. Wanneer je de modetrend een beetje volgt, dan weet je dat dit een onmisbaar accessoire is! Als je de sieraden met Swarovski kralen maakt, ben je verzekerd van een bijzondere en luxe set.

Benodigdheden:
Algemeen: 2 platbektangen, rondbektang, kniptang, Hasulith sieradenlijm, kettelstiften, nietstiften, ringetjes 4 en 5 mm Ø.

Ketting:
6 x verzilverde zetting rond extra oog SS 30 18 mm (117465/0755) (A), 12 stras plakstenen 7 mm Ø, fuchsia (…..), 5 x verzilverde zetting trio ronde strass 13 mm (117465/0754) (B), 15 plakstrassen 4 mm Ø, fuchsia (…..), 12 roze Swarovski  kralen toupille 8 mm (109108/0240), karabijnsluiting met oog.

Sliertjes:
9 x verzilverde zetting rond strass SS 30 12 mm (117465/0752) (C), 18 plakstrassen 4 mm Ø, fuchsia (…..), Swarovski kralen toupille kralen roze: 8 x 4 mm Ø (109104/0250), 4 x 6 mm Ø (109106/0250), 8 x 8 mm Ø (109108/0240), 13 roze Swarovski kralen pegel 11 x 5,5 mm (109331/0250).

Oorbellen:
Swarovski kralen toupille roze: 2 x 4 mm Ø (109104/0250), 2 x 8 mm Ø (109108/0240) 2 Swarovski kralen pegel roze 11 x 5,5 mm (109331/0250), 2 oorhaakjes waarop een plakstras 7 mm Ø gelijmd kan worden (…..)  2 plakstras lichtroze 6,5 mm Ø.

Broche:
nylondraad 0,25 mm Ø, 24 piramide kralen kristal AB 6 mm Ø (108016/0001), Swarovski  kralen toupille 4 mm Ø: 20 roze (109104/0250), 12 fuchsia (109104/0260), 4 tanzanite (= lila) (109104/0380), restje zilverkleurige rocailles 1,8 mm Ø, ovale brochespeld met zeefje (119352/0003), 2 rijgnaalden.

Sliertjes van broche:
Swarovski kralen toupille 4 mm Ø: 5 roze (109104/0250), 5 fuchsia (109104/0260), 4 kristal AB (109104/0400), 1 tanzanite (109104/0380), Swarovski kralen pegel 11 x 5,5 mm: 2 kristal AB (109331/0400), 2 roze (109331/0250), 1 tanzanite (109331/0380).


Werkwijze:

Ketting: (Zie bij ‘Benodigd’ wat met ornamenten A, B en C bedoeld wordt.) Zet de 12 toupilles van 8 mm Ø elk op een kettelstift. Knip de stiften op ± 1 cm boven de kraal af en buig er met de rondbektang een oogje aan. Bevestig daarna alle metalen ornamenten om en om met  5 mm Ø ringetjes aan elkaar. Begin met A, gevolgd door B en eindig met A. Let erop, dat van ornament B telkens één rondje aan de bovenkant komt en twee rondjes aan de onderkant. Monteer 2 x 6 gekettelde kralen met 5 mm ringetjes aan elkaar. Hang de 2 sliertjes met een ringetje aan weerskanten van de aan elkaar bevestigde ornamenten. Maak aan de uiteinden de delen van de sluiting met ringetjes vast. Rijg voor de sliertjes een nietstift door de top van alle pegelkralen. Knip ze op maat en buig er oogjes aan. Werk heel voorzichtig, om beschadiging te voorkomen. Zet alle overige kralen ieder afzonderlijk op een kettelstift. Knip ze allemaal op maat en buig er oogjes aan. Bevestig een 4 mm ringetje aan elk onderste oog van de ornamenten B. *Monteer een ornament C aan het buitenste, linker ornament B. Hang hieronder, m.b.v. een ringetje, een gekettelde pegelkraal *. Maak nu de volgende sliertjes. Sliertje 1 (4 x): ringetje, kraal 4 mm, ringetje, kraal 8 mm, ringetje, pegel.
Sliertje 2 (2 x): ringetje, ornament C, ringetje, ornament C, ringetje, pegel.
Sliertje 3 (4 x): ringetje, kraal 4 mm, ringetje, kraal 6 mm, ringetje, kraal 8 mm, ringetje, pegel.
Sliertje 4 (1 x): ringetje, 3 x ornament C, afgewisseld met ringetjes en tot slot een pegel. Monteer de sliertjes vanaf de linkerkant: 2 x sliertje 1 aan de ogen van ornament A, 1 x sliertje 2 onder ornament B, 2 x sliertje 3 aan de ogen van ornament A, 1 x sliertje 4 onder ornament B. Werk verder in omgekeerde volgorde. Eindig met een sliertje zoals beschreven tussen de *. Lijm de strasstenen in alle ornamenten. Pas op, dat er geen lijm op de voorkant komt, want dan verdwijnt de glans.

Oorbellen:
Zet elke kraal apart op een kettelstift. Knip de stiften op maat af en buig er oogjes aan. Rijg de pegelkralen elk op een nietstift en buig er oogjes aan. Maak 2 sliertjes van: een 4 mm ringetje, een 4 mm kraal, een ringetje, een 8 mm kraal, een ringetje en een pegel. Maak een sliertje aan het oogje van een oorhaakje vast. Lijm een stras in het rondje, dat op het haakje zit. Maak de andere oorbel op dezelfde manier.

Broche:
Bij het rijgen is de staande kraal degene die na het (door)rijgen met de gaatjes van boven naar beneden ligt. De liggende kraal ligt na het (door)rijgen met de gaatjes van links naar rechts. De afkorting toup staat voor toupille(s), pir voor piramide kraal (kralen), roc voor rocaille(s) (= kraaltjes 1,8 mm Ø).
Je maakt eerst een ondergrond van 24 piramide kralen (pir) en daarop komt de bovenlaag van roze, fuchsia en tanzanite toupilles (toup). Knip voor de ondergrond een draad van ca. 1 m af. Doe aan beide uiteinden een naald. Rijg 4 pir tot het midden op. Steek de rechterdraad van rechts naar links door de eerst geregen kraal, zodat je een rondje krijgt (tek. 1). De linker draad wordt draad 1, de rechter wordt draad 2. Rijg 3 heen- en weergaande toeren: toer voor toer en rondje voor rondje. Elke kraal die je aanrijgt krijgt een nummer (zie tek. 3).

1e Toer: rijg 2 kralen aan draad 1 en 1 kraal aan draad 2. Steek draad 2 van beneden naar boven (tegengestelde rijgrichting) door de 2e geregen kraal van draad 1. Trek de draden aan. Ze kruisen elkaar vanzelf, dus draad 1 wordt nu draad 2. (Tijdens het werk wisselt dit steeds af). Rijg 2 kralen aan draad 1 en 1 kraal aan draad 2. Maak een bocht voor de 2e toer en steek draad 1 van beneden naar boven door de kraal van draad 2. Draad 1 is de bovenste draad en draad 2 is de onderste.

2e Toer: Rijg 2 kralen aan draad 2 en 1 kraal aan draad 1. Steek draad 2 van rechts naar links door de kraal van draad 1. Steek verder van beneden naar boven door de staande kraal van het volgende (2e) rondje van de 1e toer (tek. 2). Rijg 1 kraal aan draad 1 en 1 kraal aan draad 2. Steek draad 2 van rechts naar links door de kraal van draad 1. Steek verder van beneden naar boven door de staande kraal van het volgende rondje (= 1e van toer 1).Rijg 1 kraal aan draad 1 en 1 kraal aan draad 2. Maak een bocht voor de 3e toer en steek draad 1 van boven naar beneden door de kraal van draad 2. Ga verder met de 3e toer (tek. 3) t/m kraal 24. De ondergrond is nu klaar.  
Het kralenpatroon van de bovenlaag rijg je kruislings, zodat er ‘bloemetjes’ ontstaan.

*Rijg aan draad 1: 1 roc, 1 roze toup, 1 roc. 1 roze toup, 1 roc. Steek nu van rechts naar links door de 2e liggende pir (22) van de 3e toer (tek. 4). Herhaal vanaf * nog 1 x, maar rijg nu aan: 1 roc, 1 fuchsia toup, 1 roc, 1 roze toup en 1 roc. Steek daarna door pir 20. Rijg aan: 1 roc, 1 fuchsia toup, 1 roc, 1 roze toup, 2 roc. Steek van rechts naar links door pir 18. Rijg aan draad 2: 2 roc, 1 roze toup,. Steek draad 2 van beneden naar boven door de middelste roc van draad 1. Rijg aan: 1 fuchsia toup, en 1 roc en steek van links naar rechts door de 2e liggende pir (22) van de 3e toer. * Rijg aan: 1 roc en 1 roze toup. Steek van beneden naar boven door de middelste roc van draad 1 van het volgende patroontje. Rijg aan: 1 fuchsia toup en 1 roc. Steek van links naar rechts door de volgende liggende pir (20). Herhaal vanaf * nog 1 x, maar rijg aan: 1 roc en 1 roze toup. Steek door het middelste patroontje van draad 1. Rijg aan: 1 roze toup en 1 roc en steek door pir 18. Rijg de volgende toer van boven naar beneden verder. Rijg door naar de volgende toer. Rijg aan draad 1: 1 roc, 1 roze toup, 1 roc, 1 fuchsia toup, 1 roc. Steek van rechts naar links door de 2e liggende pir (15). Rijg aan: 1 roc, 1 tanzanite toup, 1 roc, 1 tanzanite toup, 1 roc. Steek van rechts naar links door de volgende liggende pir (13). Rijg aan: 1 roc, 1 fuchsia toup, 1 roc, 1 roze toup, 1 roc. Steek van rechts naar links door de volgende liggende pir (11). Rijg dan aan draad 2: 1 roc en 1 roze toup. Steek van boven naar beneden door de middelste roc van draad 1. Rijg aan: 1 fuchsia toup en 1 roc. Steek van rechts naar links door pir 15. Rijg aan: 1 roc en 1 tanzanite toup. Steek van boven naar beneden door de middelste roc van het volgende patroontje. Rijg aan: 1 tanzanite toup en 1 roc. Steek van rechts naar links door pir 13. Rijg aan: 1 roc en 1 fuchsia toup. Steek van boven naar beneden door de roc van het volgende patroontje. Rijg aan: 1 roze toup en 1 roc. Steek van rechts naar links door pir 11. Rijg de volgende toer van benden naar boven. Rijg eerst de draden volgens schema (tek. 4) door naar de volgende toer. Rijg in omgekeerde volgorde van toer 1.

Afwerking: Naai de broche in ruitvorm op het zeefje van de brochespeld met de ongebruikte uiteinden van de draden. Knoop de draden aan de achterkant dubbel op elkaar. Vouw met een platbektang de klemmetjes van de speld voorzichtig vast om de rand van het zeefje. Zet de 5 pegelkralen elk op een nietstift en buig er oogjes aan. Zet alle overige kralen elk op een kettelstift en buig er oogjes aan. Steek daarna, van boven naar beneden,  een nietstift door elke pir 10, 11, 19 en 21 van de ondergrond (tek. 3). Buig er oogjes aan. Bevestig aan de draad tussen toup 24 en 23 een ringetje. Monteer hieraan: 1 roze, 1 fuchsia, 1 tanzanite gekettelde toup + de tanzanite pegel. Maak, aan weerskanten van dit sliertje, aan de oogjes van de nietstiften van pir 11 en 23 vast: 1 kristal, 1 roze en 1 fuchsia gekettelde toup met daaronder 1 roze pegel. Maak aan de oogjes van de nietstiften van pir 10 en 19 vast: 1 roze, 1 fuchsia, 1 kristallen toup met daaronder de kristallen pegel.